Farmacotherapie

In een aantal gevallen is het gewenst om uw behandeling te combineren met het slikken van medicijnen. Voor de behandeling van angststoornissen worden over het algemeen een tweetal soorten medicijnen voorgeschreven, namelijk antidepressiva en benzodiazepinen. Bij lichte angstklachten wordt geadviseerd om in eerste instantie eerst zonder medicatie een behandeling te beginnen. Mocht deze tot onvoldoende resultaten leiden, dan kan in overleg met de huisarts medicatie worden voorgeschreven.

1. De antidepressiva

Het klinkt misschien vreemd dat antidepressiva werkzaam kunnen zijn bij de behandeling van angststoornissen. Uit onderzoek blijken de volgende medicijnen geschikt bij de behandeling van angststoornissen:

■Moderne antidepressiva: de zgn ssri’s (selective serotonine reoptake inhibtors). Deze groep bestaat uit:
o Citalopram (cipramil)

o Fluoxetine (Prozac)

o Fluvoxamine (fevarin)

o Paroxetine (seroxat)

o Sertraline (Zoloft)

Serotonine is een van de stoffen in het zenuwstelsel die de overdracht van prikkels tussen de ene en de andere zenuwcel verzorgt. Het is een zogenaamde boodschapperstof die met name ook in die gebieden in de hersenen werkzaam is die betrokken zijn bij angst en stemming. Men veronderstelt dat het verbeteren van de functie van de serotonerge zenuwcellen in de hersenen een verbetering van de angstklachten en begeleidende verschijnselen tot gevolg heeft. Se ssri’s hebben wel vooral min de beginfase een aantal bijwerkingen. Deze verschillen van persoon tot persoon. Soms kan er in het begin van de behandeling sprake zijn van toename van de bestaande klachten. Dit wordt vooral gezien bij de paniekstoornis en de gegeneraliseerde angststoornis.

■De benzodiazepinen
Bij de paniekstoornis, sociale fobie en de gegeneraliseerde angststoornis kunnen middelen gebruikt worden uit de groep van de benzodiazepinen. Dat zijn kalmeringsmiddelen die een kalmerend affect hebben op uw zenuwstelsel. Ze kunnen er ook voor zorgen dat u beter slaapt, en daardoor sneller herstelt. De volgende benzodiazepinen worden het meest gebruikt bij angststoornissen:

o Alprazolam (xanax)

o Clonazepam (rivotril)

o Diazepam (valium)

o Oxazepam (seresta)

De benzodiazepinen hebben zijn werkzaam op een stog in de hersenen die wordt aangeduid met gamma-aminoboterzuur (gaba). Deze stof heeft een dempend effect op de hersenen, vermindert daarom angstklachten, maar heeft ook een versuffend effect.

Benzodiazepinen hebben als bijwerking sufheid en vermoeidheid. Combinatie met alcohol en drugs moet worden vermeden in verband met versterking van werking en bijwerkingen van de medicijnen alsook van de effecten van alcohol en drugs. Een ander vervelende bijwerking van benzsodiazepinen is, dat ze erg verslavend zijn; bij langdurig gebruik is het erg moeilijk om ermee te stoppen.

EMDR

Eye Movement Desensitization and Reprocessing, afgekort tot EMDR, is een therapie voor mensen die last blijven houden van de gevolgen van traumatische ervaringen. Dit kan zijn een schokkende ervaring, zoals een verkeersongeval of een geweldsmisdrijf. Maar ook voor andere ervaringen die veel invloed hebben gehad op de ontwikkeling van iemands leven zoals pesterijen of krenkingen in de jeugd, die in het hier-en-nu nog steeds invloed hebben kan de methode gebruikt worden.
EMDR is een relatief nieuwe therapie. Een eerste versie van EMDR werd in 1989 beschreven door de ontwikkelaarster ervan, de Amerikaanse psychologe Francine Shapiro. In de jaren daarna werd deze procedure verder uitgewerkt en ontwikkelde EMDR zich tot een volwaardige therapeutische methode.

Ofschoon PTSS nog steeds als het primaire indicatiegebied voor EMDR wordt beschouwd hebben de ervaringen met de toepassing van deze behandelmethode de afgelopen jaren laten zien dat het mogelijk is een grote verscheidenheid aan psychische aandoeningen en klachten te behandelen, die gepaard gaan met vermijdingsgedrag, somberheid en/of gevoelens van angst, schaamte, verdriet, schuld of boosheid. Uitgangspunt is telkens dat deze klachten zijn ontstaan als gevolg van een of meer beschadigende ervaringen. Daarmee worden gebeurtenissen bedoeld die dusdanige sporen hebben nagelaten in het geheugen van de persoon, dat hij of zij er nu nog steeds last van heeft. Voorbeelden daarvan zijn emotionele verwaarlozing, akelige ervaringen op medisch gebied, verlieservaringen, werkgerelateerde gebeurtenissen en andere schokkende, schaamtevolle of anderszins ingrijpende ervaringen. De belangrijkste insteek van de EMDR therapeut is de cliënt te helpen de herinneringen aan deze gebeurtenissen te verwerken, met de bedoeling daarmee de klachten te verminderen of te laten verdwijnen

Voor meer informatie over emdr kunt u hier terecht (http://www.emdr.nl/)

Cognitieve gedragstherapie

Cognitieve gedragstherapie is een samensmelting van twee psychotherapeutische methoden: cognitieve therapie en gedragstherapie.

In cognitieve therapie wordt veel belang gehecht aan de invloed die het denken uitoefent op ons gevoelsleven. Cognitieve therapie sluit aan bij enkele belangrijke psychologische feiten over angsten, namelijk dat mensen met angststoornissen de neiging hebben om sterk uit te gaan van dreigingen, dat zij risico’s veel hoger inschatten dan andere mensen, en zichzelf als machteloos ervaren in dergelijke situaties. In cognitieve therapie gaat u op zoek naar de denkpatronen die voeding geven aan uw angst, en leert u deze te corrigeren. Dat doet u in nauwe samenwerking met uw therapeut, waarbij gebruik wordt gemaakt van oefeningen en huiswerkopdrachten.

In gedragstherapie is altijd veel waarde gehecht aan het gedrag van cliënten. Hoe je doet is ook van invloed op hoe je je voelt. Wie uit angst bepaalde zaken steeds uit de weg gaat, versterkt zijn angst in plaats van deze te verminderen. Binnen gedragstherapie brengt men de problematische gedragingen van de cliënt en de omstandigheden waarin die voorkomen eerst in kaart. Vervolgens helpt men de cliënt met behulp van oefeningen en huiswerk, om met beter passende gedragspatronen te reageren op die omstandigheden. Zowel het in kaart brengen van uw angsten als het bedenken van en inoefenen van nieuw, beter passend gedrag is een gezamenlijke onderneming van cliënt en therapeut.

Steeds vaker is gebleken dat cognitieve therapie en gedragstherapie in grote lijnen tot vergelijkbare resultaten leiden. Bovendien kunnen beide methodes goed met elkaar gecombineerd worden. In een en dezelfde therapie kan de cliënt leren om zowel anders te denken als om anders te handelen. Cognitieve gedragstherapie maakt dus gebruik van zowel elementen uit de cognitieve therapie als uit de gedragstherapie.

Er is uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten van cognitieve gedragstherapie, en deze bleken verbluffend positief. Ze is onder andere zeer effectief bij de behandeling van angststoornissen. Door middel van huiswerk wordt u gestimuleerd om ook buiten de gesprekken actief te werken aan uw behandeling. Tevens sluit cognitieve gedragstherapie zo concreet mogelijk aan bij de problemen die u heeft. Vooral om deze redenen zijn de meeste behandelingen betrekkelijk kortdurend. Dikwijls gaat het om tien tot vijfentwintig zittingen