Minder eigen bijdrage geestelijke zorg

DEN HAAG – Patiënten die zwaardere psychologische zorg nodig hebben, hoeven daar zelf minder aan bij te dragen dan eerst het plan was.

Minister Edith Schippers (Volksgezondheid) schroeft de eigen bijdrage die ze invoert terug van 295 naar 275 euro.
Ook hoeven patiënten deze bijdrage nog maar een keer per kalenderjaar te betalen in plaats van twee keer.
Schippers heeft dat maandag geschreven aan de Tweede Kamer. Door de lagere eigen bijdrage komt er 19 miljoen euro minder binnen. Voor een deel wordt dit opgevangen door korte behandelingen in de zwaardere zorg uit het basispakket van de zorgverzekering te halen.

De bedoeling is dat patiënten met minder zware klachten dan eerder kiezen voor goedkopere behandelingen.
Schippers moet 400 miljoen korten in de geestelijke gezondheidszorg omdat de kosten sterk oplopen. Tussen 2002 en 2009 stegen de uitgaven van 2,5 naar 5,5 miljard. Op de zorgverzekering bespaart de minister door onder andere maagzuurremmers nog maar beperkt te vergoeden.

bron: nu.nl

Aanleg voor eetstoornissen genetisch bepaald

LEIDEN – Mensen met een bepaalde genetische variatie hebben meer kans op eetstoornissen. Dat heeft Rita Slof-Op ’t Landt van het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) ontdekt.

De onderzoekster promoveerde dinsdag aan het LUMC. Tweelingstudies wijzen erop dat erfelijke factoren een rol spelen bij eetstoornissen, zoals anorexia nervosa en boulimia nervosa.
Slof-Op ’t Landt onderzocht welke genen de kans beïnvloeden om anorexia en eetstoornissen die gepaard gaan met zelfopgewekt braken te ontwikkelen.

Eetstoornissen

Ongeveer 0,3 procent van de vrouwen tussen 15 en 29 jaar lijdt aan anorexia nervosa (stoornis gekenmerkt door ondergewicht en extreme angst om in gewicht aan te komen of dik te worden) en 1 procent aan boulimia nervosa (eetbuien gecombineerd met braken of gebruik van laxeermiddelen).
De onderzoekster vergeleek vier mogelijk bij eetstoornissen betrokken genen van patiënten met die van gezonde mensen. Ze ontdekte dat één ervan, het gen voor tryptofaanhydroxylase 2 (TPH2) gekoppeld is aan de kans op de ontwikkeling van eetstoornissen. Bepaalde varianten van dit gen blijken de kans hierop te verhogen.

Impulsiviteit

Daarnaast bleek genetische variatie binnen dit gen ook betrokken bij impulsiviteit. Het gen speelt een belangrijke rol binnen het serotoninesysteem. Dat systeem is betrokken bij verschillende biologische, fysiologische en gedragsfuncties die een rol kunnen spelen bij de ontwikkeling van een eetstoornis.
“Genetische variatie in TPH2 lijkt dus invloed te hebben op impulsiviteit, wat de kwetsbaarheid op het ontstaan van anorexia nervosa of eetstoornissen gekenmerkt door zelfopgewekt braken kan beïnvloeden.”, aldus de promovenda.

bron: nu.nl

Kom over je faalangst heen

Faalangst komt veel voor, ook bij mensen van wie je het niet had verwacht. Een burgemeester die met trillende handen een lintje doorknipt. Of een popster die bang is dat ze over haar jurk struikelt op het podium. Niks om je voor te schamen. Maar hoe voorkom je dat het je leven gaat beheersen?

Een beetje angst kan heel nuttig zijn. Onder druk presteren de meeste mensen beter, omdat ze zich daardoor ook beter concentreren. Maar bij sommige mensen is die druk te groot. Ze klappen spontaan dicht of vergeten hun tekst. Het lijkt nergens goed voor, maar vroeger konden deze angstreacties je leven redden.

Een leeuw voor je neus

In de prehistorie zou je het niet overleven zonder angst. Elk gezond persoon wordt bang als hij oog in oog staat met een leeuw. Tegenwoordig dreigt er een heel ander soort gevaar: een speech of een examen. Maar je lichaam reageert alsof er een leeuw voor je neus staat.

Je maakt adrenaline aan; een stofje in je hersenen dat je alert maakt. Je hart gaat harder pompen om je spieren meer zuurstof te geven. Zo kun je ieder moment hard wegrennen of vechten. Zelfs een black-out is handig.

Als je wilt overleven, kun je niet gaan nadenken over wat nu precies de beste boom is om in te klimmen. Je vliegt gewoon de eerste de beste boomtop in.

Dus terwijl jij netjes op je stoel zit, maakt je lichaam zich klaar voor actie. Je gaat trillen, blozen, krijgt zweethanden. Misschien krijg je zelfs buikpijn en ga je hyperventileren.

Er zijn twee manieren om met die angst om te gaan.

1) Je kan de leeuw ontwijken. Als je bijvoorbeeld alleen thuis gitaar speelt, ben je niet zo zenuwachtig dan wanneer je voor publiek zou spelen.

2) Of je leert met je faalangst om te gaan. Zodat niet je angst, maar jij de baas bent.

Stop doemdenken

Dat je zo zenuwachtig wordt, heeft te maken met hoe je zo’n situatie ziet. Stel dat je een rijexamen hebt. Je hebt het idee dat je perfect moet rijden. Hierdoor zit je met je neus overal bovenop en ben je vreselijk gespannen.

“Heb ik mijn richtingaanwijzer wel aangedaan?”, “Moet ik die fietser nou voorlaten?”. Door al dat gestress zie je iets over het hoofd en zak je voor het examen.

Bij de herkansing ben je nog zenuwachtiger. “Zie je wel, ik kan het niet, vorige keer ging het ook al mis.” Als je anders leert denken, reageer je ook heel anders.

Een manier om je gedachten te sturen is het G-denken. Er zijn 3 G’s:

gebeurtenis
gedachten
gevolg

Laten we als voorbeeld een toets nemen. Allereerst is er een Gebeurtenis, je weet bijvoorbeeld een vraag niet. De Gedachte hierbij is: “Ojee, ik weet het niet, wat ben ik toch dom.” Het Gevolg is dat je in paniek raakt en een black-out krijgt.

Terwijl het helemaal niet zo gek is dat je een vraag niet weet. Dat wil niet zeggen dat je dom bent, of dat je niet genoeg je best hebt gedaan. De Gebeurtenis kun je niet veranderen. Je weet nog steeds de vraag niet.

Maar je Gedachte daarbij kun je wel veranderen. Denk bijvoorbeeld: “Ojee, ik weet het niet. Ik heb heel goed voor deze toets geleerd. Het zou wel gek zijn als ik ineens niets meer weet. Het is vast een moeilijke vraag, laat ik doorgaan met de rest van de test.”

Het Gevolg is dat je niet in paniek raakt, maar de vraag even laat liggen. De andere vragen beantwoord je gewoon. En misschien kun je later wel een antwoord verzinnen op die ene moeilijke vraag.

Ontspan je

Leer jezelf te ontspannen. Dit kan op allerlei manieren. Bijvoorbeeld met yoga, meditatie of ademhalingsoefeningen. Stel je voor dat je op een plezierige plek bent, bijvoorbeeld het strand of het bos.

Of span al je spieren aan, om ze vervolgens te ontspannen. Wat je ook kiest, zorg dat je dit goed onder de knie hebt. Je hoeft niet gespannen te zijn om dit te oefenen. Als je dan wel voor een gespannen situatie komt te staan, kun je de rust makkelijker oproepen.

Therapie

Als je zelf niet goed van je faalangst afkomt, kun je professionele hulp krijgen. De huisarts kan je verwijzen naar een psycholoog. Deze kan je leren om anders tegen spannende gebeurtenissen aan te kijken. Hiervoor kan hij cognitieve gedragtherapie gebruiken.

Voor een snel resultaat kun je een kalmerend middel gebruiken. Je krijgt het middel op recept van de huisarts. Maar er zijn ook homeopathische middeltjes te koop.

Gezondheidsnet (c)

Weg met vliegangst – cursus op maat

Je bent bang om op te stijgen, neer te storten of turbulentie te voelen. Vliegangst. Drie miljoen Nederlanders hebben er last van. Er zijn mensen die bij de gedachte aan vliegen al beginnen te zweten. Wat is vliegangst precies? En hoe kom je er vanaf?

Symptomen van vliegangst zijn gespannenheid, hartkloppingen, last van de maag, zweten, misselijkheid en concentratiestoornissen.

Persoonlijke barrière
Vliegangst – ook wel aviofobie genoemd – kan meerdere oorzaken hebben. Zo kun je bijvoorbeeld bang zijn voor het falen van de techniek. Of misschien heb je tijdens een eerdere vlucht iets vervelends meegemaakt.

Maar meestal is er iets anders aan de hand, zoals controledrang of hoogtevrees. Het is dus vaak een uiting van een andere persoonlijke barrière. De meeste mensen gaan de confrontatie niet aan en reizen op een andere manier. Maar dat is niet nodig.

Hulp zoeken
De angst voor vliegen is goed te behandelen. Je kunt de angst zelf proberen te bestrijden door juist te gaan vliegen, of onder begeleiding in een vliegsimulator. Maar je kunt ook de achterliggende redenen van je angst aanpakken.

Als je kiest voor therapie, krijg je meestal een cursus op maat. De therapeut kijkt goed wat nu eigenlijk de oorzaak van de angst is. Daarna worden de angsten één voor één weggenomen. Dat kan bijvoorbeeld met behulp van:
- Informatie over vliegtuigen en de luchtvaart.
- Het aanpakken van onderliggende angsten, zoals hoogtevrees.
- Een training ‘Omgaan met angstgedachtes’.
- Ontspanningsoefeningen.

Meestal bestaat een cursus uit een intakegesprek, een theorie- en een praktijkgedeelte en een nabehandeling. Het is niet goedkoop: een cursus kan je een paar honderd euro kosten. Vraag bij je huisarts om een verwijzing.

Natuurlijk zijn er een heleboel kalmerende middelen die je kunt gebruiken. Het nadeel van dit soort middelen is dat ze alleen de gevolgen bestrijden, maar niet de angst zelf. Je moet juist leren om jezelf onder controle te krijgen. Medicijnen kunnen daarbij een tijdelijk hulpmiddel zijn.

Weetjes
- Vliegangst staat op de tweede plaats in het rijtje van veelvoorkomende angsten.

- Eenderde van de volwassen Nederlanders heeft – in meer of mindere mate – last van vliegangst.

- Als je in het vliegtuig stapt, reis je een stuk veiliger dan in de auto. In het autoverkeer gebeuren veel meer ongelukken. Alleen al in Nederland komen jaarlijks 900 mensen in het verkeer om het leven, terwijl wereldwijd 1300 mensen door een vliegtuigongeluk overlijden.

- Van iedere honderd mensen durven er 22 onder geen enkele omstandigheid in het vliegtuig te stappen.

- Mensen die claustrofobisch zijn – en dus niet tegen kleine ruimtes kunnen – hebben ook vaak last van vliegangst.

Bron:Gezondheidsnet

Lentebaby grotere kans op anorexia

BAARN – Baby’s die in de lente geboren zijn hebben een grotere kans op het ontwikkelen van anorexia nervosa. Bij herfstkinderen is er juist sprake van een kleinere kans op het ontstaan van deze eetstoornis.

Dit blijkt uit Brits onderzoek dat gepubliceerd is in de British Journal of Psychiatry. Temperatuur, blootstelling aan zonlicht en het vitamine D-gehalte, een infectie of het voedingspatroon van de moeder zijn factoren die bijdragen aan deze mogelijke ontwikkeling.

Maart tot juni
De onderzoekers bestudeerden bijna 1300 mensen met anorexia. Opvallend was dat een aanzienlijk groter deel van deze patiënten geboren was in de maanden maart tot juni. September en oktober bleken juist minder sterk vertegenwoordigd.

Psychische aandoeningen
Een van de onderzoekers Lahiru Handunnetthi, werkzaam op de genetica afdeling van het Wellcome Trust Centre is niet verbaasd over deze bevinding. “Uit eerdere onderzoeken is al gebleken dat psychische aandoeningen als schizofrenie en depressie vaker voorkomen bij mensen die in de lente zijn geboren.”

Screening
Het onderzoek laat echter alleen zien dat er een verband bestaat. Welke factoren een specifieke rol spelen is nog onduidelijk. Daarbij is anorexia een complexe aandoening die niet door een factor verklaard kan worden. Lentekinderen screenen op anorexia is dus nog een brug te ver.

Bron: Gezondheidsnet

Overgewicht leidt niet tot depressie

BAARN – Er wordt vaak gedacht dat tieners met overgewicht ongelukkiger zijn dan hun slankere leeftijdsgenoten. Uit recent onderzoek blijkt echter dat depressie bij zwaar obese tieners net zo vaak voorkomt als bij tieners met een gezond gewicht.

Het drie jaar durende onderzoek, is uitgevoerd door het Massachusetts General Hospital. Het ziekenhuis heeft een speciaal gezondheidscentrum voor kinderen en adolescenten. Het betrof honderd tieners. De helft van hen was zwaar obees, met een BMI boven de 40. Met een speciaal meetinstrument zijn de deelnemers drie keer onderzocht op depressieve symptomen.

Geen verband
In tegenstelling tot andere onderzoeken werd er geen verband gevonden tussen gewicht en depressie. “Mensen gaan er vanuit dat hoe zwaarder iemand is, des te groter de impact is op hun geestelijke gezondheid,” vertelt hoofdonderzoeker Elizabeth Goodman.” Ons onderzoek laat zien dat deze aanname verkeerd is.”
Dit nieuwe onderzoek is gebaseerd op de maatschappij, terwijl eerdere onderzoeken vaak in overgewichtsklinieken zijn uitgevoerd. Goodman: “Obese tieners die hulp zoeken voor hun overgewicht, zijn vaak ontevreden over hun lichaam.” Doordat Goodman en haar collega’s ook deelnemers zocht buiten de ziekenhuissetting, geeft het een betere weerspiegeling van de gevoelens van (obese) jongeren.

Bron: Gezondheidsnet

Emetofobie is onbekendste fobie

Emetofobie is de onbekendste fobie in de top tien van meest voorkomende fobieën ter wereld. Deze bewering is afkomstig van de Stichting Emetofobie, die daarin- weinig verrassend -niets liever dan verandering wil brengen. Volgens de stichting zijn er tenminste 115.000 Nederlanders en Belgen die met deze angst te kampen hebben.

De complete top tien van angsten:
1 – Arachnofobie
2 – Sociale fobie
3 – Aerofobie (vliegangst)
4 – Agorafobie
5 – Claustrofobie
6 – Acrofobie (hoogtevrees)
7 – Emetofobie
8 – Carcinofobie (angst voor kanker)
9 – Brontofobie (angst voor onweer)
10 – Necrofobie

Bron: NRC Next. Weblog 23 september

Boulimia vaker in de stad dan op platteland

GRONINGEN – Boulimia nervosa, een eetstoornis waarbij iemand in korte tijd enorme hoeveelheden eten verorbert en weer uitbraakt, komt vijf keer vaker voor in de stad dan op het platteland. Dit blijkt uit onderzoek van Gabriëlle van Son. Zij promoveert op 27 oktober aan de Rijksuniversiteit Groningen.

De conclusie is opmerkelijk, omdat de verwante eetstoornis anorexia nervosa op het platteland even vaak voorkomt als in de stad.

Oorzaken
De aandoeningen hebben mogelijk verschillende oorzaken en moeten dus ook verschillend worden behandeld, betoogt Van Son. ”Ze worden nu nog te veel over één kam geschoren.” In Nederland lijden naar schatting 40.000 mensen aan een ernstige eetstoornis.
Eetstoornissen komen vooral voor bij vrouwen. Van alle patiënten met anorexia nervosa is een op de tien man, bij boulimia nervosa ligt dit zelfs lager.

Gewoonten
Uit het onderzoek blijkt ook dat een patiënt een grotere kans op herstel heeft als de stoornis voor het twintigste levensjaar wordt ontdekt. Van Son: ”Hoe langer eetstoornissen onbehandeld blijven, hoe verder deze ingesleten kunnen raken in gewoonten, gedrag en gedachten.”
Dit is vooral een uitdaging voor de huisartsen, voor wie het lastig is deze psychische problematiek te herkennen.

(c)Nu

Meer kans op hartklachten met antidepressiva

AMSTERDAM – Het gebruik van antidepressiva verhooogt mogelijk de kans op hart- en vaatziekten. Dit concludeert onderzoeker Carmilla Licht bij VUmc en GGZ inGeest. De onderzoekster ontdekte dat het gebruik van antidepressiva een ontregelende werking heeft op het autonome zenuwstelsel. Depressieve en angstige patiënten die geen antidepressiva gebruikten, hadden geen last van deze ontregeling.
Zodra patiënten stoppen met antidepressiva gaat de werking van het autonome zenuwstelsel weer terug naar normaal niveau.

Hartslag en hartslagvariabiliteit
Licht onderzocht wat de invloed van depressie en angststoornissen is op het zenuwstelsel. Een hoge hartslag en lage hartslagvariabiliteit zijn risicofactoren voor hart- en vaatziekten.
Maar depressieve en angstige mensen die geen antidepressiva gebruiken, bleken een hartslag en hartslagvariabiliteit te hebben vergelijkbaar met die van gezonde mensen.

Bij gebruikers van de klassieke antidepressiva (tricyclische en SNRI’s) was wel een duidelijk ongunstig autonoom effect op het hart meetbaar, waardoor de kans op hart- en vaataandoeningen verhoogd zou kunnen worden. Ook het gebruik van moderne antidepressiva (SSRI’s) liet dit effect zien, maar in mindere mate.

(c)Gezondheidsnet

Brein remt stressvolle herinneringen

UTRECHT – De hersenen voorkomen zelf dat ze overspoeld raken met emotionele herinneringen, zo blijkt uit onderzoek van het UMC Utrecht. De neurowetenschappers vermoeden dat dit mechanisme verstoord is bij patiënten met een posttraumatische stress-stoornis (PTSS). De wetenschappers bestudeerden de zenuwcellen in de amygdala van muizen. Dit is het hersengebied dat betrokken is bij het opslaan van emotionele herinneringen.

De muizen kregen het stresshormoon cortisol toegediend, waardoor de zenuwcellen actief werden en een stressvolle herinnering vastlegden in het geheugen. Wanneer diezelfde zenuwcellen een paar uur later weer in aanraking kwamen met het stresshormoon, werden ze juist minder actief. Hierdoor werd er geen nieuwe stressvolle herinnering vastgelegd.

Neurowetenschapper dr. Henk Karst vermoedt dat dit mechanisme het geheugen beschermt tegen een ‘overload’ aan stressvolle herinneringen. “Je hebt het stresshormoon juist nodig om de activiteit in de zenuwen te verminderen en te zorgen dat je niet overspoeld raakt met traumatische herinneringen.”

Te weinig cortisol
Patiënten met PTSS maken te weinig cortisol aan in hun hersenen. Mogelijk is het tekort aan dit stresshormoon de oorzaak dat sommige mensen last krijgen van angststoornissen, zoals PTSS.

Mensen met een posttraumatische stress-stoornis kampen met herbelevingen van traumatische herinneringen. Hierdoor hebben ze vaak slaapstoornissen, concentratieproblemen en geheugenproblemen.

(c)Gezondheidsnet